Bio-Chlor is een uniek product in de markt. Een zeer smakelijk droogstandsvoeder wat de opname verhoogt. Bio-Chlor bevat 48% ruw eiwit en heeft een KAB van -3850. Dankzij het hoog kwalitatieve eiwit wordt de pensfermentatie bevorderd met 15%. Deze samenstelling zorgt ervoor dat de DS-opname hoog blijft en het rantsoen met hoog structuur aandeel goed verteerd wordt.

Meer DS-opname

  • 13-16 kg./DS

Minder melkziekte

  • 80% verlaging bij inzet Bio-Chlor.

Goed opschonen

  • Minder nageboorte problemen en vermindering van baarmoederontsteking.

Betere vruchtbaarheid

  • Snelle, actieve tocht door minimale negatieve energiebalans.

Meer vet en eiwit

  • Een hogere en meer efficiënte melkproductie door meer ds-opname en betere penswerking.

 Bio Chlor koeien goed

           Zonder Bio-Chlor                               Met Bio-Chlor

 

Minder problemen EN meer productie na de droogstand. Dat is een uniek concept!

Toepassing

De droogstandsaanpak van VisscherHolland is erop gericht om de pens meer op volume te houden. Daardoor zal de koe na afkalven sneller en meer vreten waardoor de negatieve energiebalans korter en minder diep is.

Eén rantsoen voor de gehele droogstandsperiode. Gras en snijmaïs aangevuld met een ruime hoeveelheid gehakseld stro (4 kg) en 400-500 gram Bio-Chlor. Daarnaast aanvullende droogstandsmineralen.

Grafiek Bio Chlor

Mts. Schut over hun droogstandsrantsoen

Betere opstart van de koeien na de droogstand

Fresh cow observation

Uitgebreide uitleg Bio-Chlor

Bio-Chlor is een reststroom die vrijkomt bij de lysineproductie. Het is een smakelijk eiwitrijk product met een zeer lage dEV waarde (dieet Elektrolyt Verschil). Bio-Chlor stimuleert de calciumstofwisseling tijdens de droogstand. Tijdens de lactatie wordt deze stofwisseling al voldoende gestimuleerd doordat er veel calcium via de melk het lichaam verlaat. Tijdens de droogstand produceert een koe geen melk, hierdoor is de calciumbehoefte van een koe ook erg laag. Hierdoor wordt de calciumstofwisseling lui. Zodra de koe weer afkalft komt de melkproductie weer volop op gang. Er wordt dan weer volop calcium gevraagd, en het calciumgehalte in het bloed daalt hierdoor. Omdat de calciumstofwisseling nog in de vakantiestand staat, wordt er veel minder calcium door de darm opgenomen. Jonge dieren kunnen hier vrij gemakkelijk mee omgaan doordat ze makkelijker calcium vrij maken uit hun botten, waardoor ze de bloedwaarde weer op peil brengen. Bij oudere dieren is dit veel moeilijker, zij krijgen de calciumwaarde van hun bloed veel moeilijker op peil wat zorgt voor spierverslapping. Dit begint met de slotgaten die open staan, waardoor ze hun melk laten lopen. In het ergste geval kunnen de koeien niet meer opstaan en zijn hun oren koud. Dit wordt melkziekte of kalfsziekte genoemd. Een calcium-magnesium infuus in de bloedbaan lost de symptomen tijdelijk op. Het probleem is echter niet verholpen. De vervolgschade van melkziekte is nog vele malen groter, zo is de kans op uierontsteking, verminderde vruchtbaarheid, pootproblemen etc. vele malen groter bij deze koeien.

Naast de calciumstofwisseling is het van belang de algemene stofwisseling te blijven trainen. De energiebehoefte van een droge koe daalt naar ongeveer 8000-10000 VEM totaal. Wanneer een droge koe het melkveerantsoen zou krijgen betekent dit dat ze aan 9 à 10 kg droge stof genoeg zou hebben. Dit kan een droge koe moeiteloos opnemen, waardoor ze ook hierin lui wordt, óf het teveel aan energie omzet in vet. Het afbreken van vet zorgt voor een verhoging van vrije vetzuren in het bloed. Deze zogenaamde NEFA’s hebben een duidelijk negatief effect op de koe: moeilijker verlopend afkalfproces, aan de nageboorte staan, slepende melkziekte, verminderde weerstand en vruchtbaarheidsproblemen. Omdat een gemiddelde droge koe ongeveer 11 kg/d.s. per dag eet, is de manier om vervetting te voorkomen de energiedichtheid verkleinen. Door een energiearm dieet voor te schotelen moet een koe meer opnemen om aan haar energiebehoefte te voldoen. Om deze lage energiewaarde (ongeveer 800 VEM/kg/d.s.) te bereiken wordt vaak stro toegevoegd. Stro verteren kost een koe veel moeite en stro verteert traag. Zolang het voer nog onderweg is in het verteringskanaal is er geen plaats voor nieuwe opname, wat de totaal drogestofopname onderdrukt. Om het verteringsproces te versnellen/verbeteren moet extra penseiwit gevoerd worden, dit heeft echter als nadeel dat het melkproductie opdrijft en dus voor verdunning van biest zorgt.

De drogestofopname van een droge koe is erg belangrijk. Een melkgevende koe heeft ongeveer een drogestofopname van 20 kg., afhankelijk van melkproductie en lactatiestadium. In de droogstand is deze drogestofopname gedaald naar ongeveer 11 kg gemiddeld in Nederland, dit komt enerzijds doordat het kalf ruimte van de pens inneemt, anderzijds wordt dit hormonaal gestuurd. Deze 11 kg./d.s. opname is ook ruim voldoende om aan de dagelijks benodigde energiebehoefte van 8000 tot 10000 VEM te komen. Toch is een hogere drogestofopname in de droogstand wenselijk. Zodra de koe namelijk gekalfd heeft neemt haar energiebehoefte enorm toe, namelijk 5000 VEM voor onderhoud en daarna 450 VEM per liter meetmelk. Voor een koe met 30 kg melkproductie betekent dit een behoefte van 18.500 VEM. Een verdubbeling van de energiebehoefte ten opzichte van de droogstand. Genetisch gezien heeft de koe de drang om vrij snel naar deze 30 kg. en hoger te gaan. Bij een gemiddelde energiedichtheid van 950 VEM in een melkveerantsoen betekent dit dat ze ook al snel 20 kg./d.s. op moet kunnen nemen. De drogestofopname moet echter na het afkalven weer opgebouwd worden, wat betekent dat de kans groot is dat de koe meer melk produceert dan dat ze daadwerkelijk aan energie uit voer kan opnemen, dit wordt negatieve energiebalans genoemd. Het tekort zal ze uit haar lichaamsreserves halen. Lukt het om de drogestofopname tijdens de droogstand op 14 kg te krijgen in plaats van 11 kg dan scheelt dat na afkalven meteen 3 kg drogestofopname x 950 VEM= 2850 VEM per dag! Zo’n getrainde pens is ook sneller  in staat om naar de 20 kg./d.s. en meer te groeien. Een hogere drogestofopname tijdens de droogstand maakt dus een enorm verschil in de energievoorziening na afkalven. De resultaten bij de Bio-Chlor klanten van VisscherHolland tijdens de droogstand variëren van 12.8 kg./d.s./dag tot 15 kg./d.s. per dag. Dit is te verklaren doordat Bio-Chlor zeer smakelijk is, het eiwit de vertering verbetert en de lage dEV waarde de calciumstofwisseling op peil houdt.

Wat is droogstand

De droogstand is de voorbereiding op een nieuwe lactatie. De koe kan zich in deze weken herstellen van de afgelopen lactatie en zich opmaken voor een nieuwe lactatie. Deze voorbereiding is van zeer grote invloed op de melkproductie en vruchtbaarheid in de volgende lactatie. Tussen een goed verlopen of slecht verlopen droogstand kan zomaar 2000 kg melk verschil zitten. Daarnaast groeit het kalf het hardst in deze weken.

Wat gebeurt er in de droogstand

Er wordt calcium en energie onttrokken aan de koe zolang hij wordt gemolken. Hierdoor blijft de stofwisseling en calciumstofwisseling op peil. Wanneer de koe droog gezet wordt stopt de melkproductie en dus ook de energie en calcium onttrekking. Hierdoor komen zowel de calcium- als ook de energiestofwisseling in de ‘vakantiestand’.

Waarom is het belangrijk een koe goed te ondersteunen in de droogstand

Zodra de koe afkalft wordt er echter ineens weer het maximale van deze stofwisselingen gevraagd. Wanneer de koe niet in staat is om voldoende energie en calcium op te nemen uit het voer, heeft dit direct gevolgen op haar melkproductie, vruchtbaarheid en weerstand. Hierdoor kunnen stofwisselingsaandoeningen zoals slepende melkziekte, melkziekte en aan de nageboorte blijven staan voorkomen.

Bio-Chlor stimuleert de stofwisselingen in de koe tijdens de droogstand

Het voeren van Bio-Chlor in het VH droogstandsconcept stimuleert de stofwisselingen in de koe. Doordat Bio-Chlor een zeer smakelijk, makkelijk verteerbaar en zeer hoogwaardig product is stimuleert het de voeropname en energiestofwisseling van de koe tijdens de droogstand. In de praktijk nemen de koeien door Bio-Chlor zo rond de 14 kilo drogestof per dag op. Het gemiddelde in Nederland ligt tussen de 10 en 11 kg. Stelregel is dat elke kilogram drogestof die de koe de dag voor afkalven meer opvreet ze die de dag na afkalven ook mee opvreet. Dit betekent in de praktijk 3 a 4000 VEM extra opname.

Bio-Chlor prikkelt calciumstofwisseling

Daarnaast is Bio-Chlor sterk anionisch. Wanneer een koe dit product opneemt dan krijgt haar bloed een iets negatieve lading. De natuur is zo gemaakt dat het bloed altijd neutrale waarden wil hebben, dus worden er H+jes ingezet om de lading weer neutraal te maken. De H+ worden uitgescheiden via de urine. De ruimte die door het wegvallen van de H+jes ontstaat moet natuurlijk worden opgevuld en dit doet de koe met calcium. Dit betekent dus dat de calciumstofwisseling geprikkeld wordt en niet in de 'vakantiestand' gaat.