Goed ruwvoer, bespaart krachtvoer

Na de winterperiode is het belangrijk om te kijken hoe uw grasland erbij ligt. Want een goede grasmat is de basis voor goed ruwvoer. Wat is het aandeel slechte grassen in de mat? Zit er veel onkruid in? Deze factoren bepalen wat de opbrengst van het gehele jaar kan zijn. Het verschil tussen goede en slechte grassen kan al snel 100 VEM/kg. drogestof bedragen!

Hoe ligt uw grasland erbij

Aandeel goed en slechte grassen
Zit er een aanzienlijk aandeel slechte grassen (20-40%) en onkruid in het grasland, dan is het advies om er 1 of 2 keer met de wiedeg erdoor heen te gaan. Slechte grassen en onkruid wortelen zich minder diep dan de ‘goede’ grassen en zullen er door de wiedeg uit worden gehaald. Deze verteren vervolgens en komen dus niet in de kuil.

Wiedeggen kan het beste onder drogere omstandigheden. Dan drogen de uitgetrokken grassen en onkruid goed uit en zullen snel verteren.

Molshopen
Bij het maaien wordt de grond van de molshopen door het gras verspreid. Dit zorgt voor extra ruw as in de kuil en dus een lagere voederwaarde. Door het wiedeggen wordt dit voorkomen.

DoorzaaienGoed ruwvoer bespaart krachtvoer
Door op de wiedeg een zaaimachine te koppelen wordt direct nieuw graszaad door gezaaid. Deze nemen de plek in van de slechte grassen en onkruid, waardoor de waarde van het grasland zal stijgen. En dus het ruwvoer ook! Goed ruwvoer bespaart krachtvoer.

Ongeveer 15 tot 25 kg. graszaad doorzaaien kan een opbrengst verhogen van 10 – 15% per hectare. Het voordeel in voederwaarde kan daardoor oplopen tot jaarlijks € 200,-.

Herkenning goede en slechte grassen
Trek een handvol aan gras uit het grasland en kijk naar de voetjes. Hebben de grassprieten rode voetjes, dan zijn het goede grassen. Zijn de voetjes wit, dan duidt het meestal op slechte grassen zoals straatgras en ruwbeemd.

 

Ik wil meer informatie en advies over grasland. Klik hier